Direct naar de inhoud

Gids · portefeuille · 9 min lezen

Rendement berekenen op uw totale vermogen: TWR en MWR

Zo berekent u het werkelijke rendement op uw totale vermogen: time-weighted en money-weighted return, stortingen, kosten, belasting en inflatie.

Gepubliceerd op · Financular

Het werkelijke rendement op uw totale vermogen berekent u door alle bezittingen en schulden als één geheel te waarderen, stortingen en onttrekkingen apart te houden van beleggingsresultaat, en vervolgens kosten, belasting en inflatie eraf te halen. Voor dat rendement berekenen bestaan twee methoden: het tijdgewogen rendement (time-weighted return) en het geldgewogen rendement (money-weighted return). Ze beantwoorden verschillende vragen, en wie ze door elkaar haalt, trekt al snel de verkeerde conclusies.

Wat is het werkelijke rendement op uw totale vermogen?

Het werkelijke rendement is de waardegroei van uw vermogen die voortkomt uit beleggen, en niet uit geld dat u erbij hebt gestort, na aftrek van alle kosten en belasting en gecorrigeerd voor inflatie. Die definitie klinkt eenvoudig, maar in de praktijk struikelen drie dingen.

Ten eerste is een vermogen zelden één rekening. Het bestaat uit effectenrekeningen bij verschillende partijen, spaargeld, vastgoed, een bv of holding, soms private equity, pensioenaanspraken en schulden. Ten tweede beweegt er voortdurend geld in en uit: een dividend uit de bv, een schenking aan een kind, een verbouwing, de aanslag inkomstenbelasting. Ten derde rapporteert elke bank of beheerder op zijn eigen manier, vaak vóór kosten die elders worden afgeschreven.

Het eenvoudigste getal, de eindwaarde gedeeld door de beginwaarde, is daardoor bijna altijd fout. Stort u in de loop van het jaar € 500.000 bij, dan lijkt uw vermogen hard gegroeid, terwijl het beleggingsresultaat bescheiden kan zijn.

Time-weighted return en money-weighted return: wat is het verschil?

Het tijdgewogen rendement (time-weighted return, TWR) meet hoe goed de beleggingen zelf hebben gepresteerd, los van wanneer en hoeveel geld u stortte of opnam. Het geldgewogen rendement (money-weighted return, MWR, in de praktijk berekend als interne rentevoet of IRR) meet wat u als belegger daadwerkelijk hebt verdiend op het geld dat u hebt ingelegd, inclusief het effect van uw timing.

Zo werkt TWR. U knipt de periode op bij elke storting of onttrekking. Per deelperiode berekent u het rendement: de waarde vlak vóór de volgende geldstroom, gedeeld door de waarde direct na de vorige, min één. Die deelrendementen vermenigvuldigt u met elkaar (u 'koppelt' ze geometrisch). Omdat elke deelperiode los wordt gemeten, maakt het voor de uitkomst niet uit of er op een bepaald moment veel of weinig geld in de portefeuille zat.

Zo werkt MWR. U zoekt het ene rendementspercentage waarbij de beginwaarde plus alle stortingen, min alle onttrekkingen, elk opgerent vanaf hun eigen datum, precies uitkomen op de eindwaarde. Een periode waarin veel geld belegd stond, telt daardoor zwaarder mee.

De wereldwijde standaard voor het rapporteren van beleggingsresultaten, de Global Investment Performance Standards (GIPS) van CFA Institute, schrijft voor beheerders in beginsel het tijdgewogen rendement voor. Volgens de GIPS-standaard voor beheerders uit 2020 mag een geldgewogen rendement alleen als de beheerder zelf de geldstromen bepaalt en het gaat om bijvoorbeeld fondsen met een vaste looptijd of illiquide beleggingen. De logica: een beheerder bepaalt niet wanneer u geld stort, dus hoort hij daar ook niet op te worden afgerekend.

Rekenvoorbeeld: dezelfde beleggingen, een heel ander rendement

Het verschil wordt zichtbaar wanneer twee beleggers dezelfde beleggingsresultaten behalen, maar op een ander moment geld bijstorten. Neem het volgende fictieve voorbeeld. Beiden starten op 1 januari met € 1.000.000 en storten op 1 juli € 500.000 bij. Belegger A maakt eerst een daling van 10 procent mee en daarna een stijging van 20 procent; bij belegger B is de volgorde omgekeerd.

Belegger ABelegger B
Beginwaarde 1 januari€ 1.000.000€ 1.000.000
Rendement eerste halfjaar-10%+20%
Waarde 30 juni€ 900.000€ 1.200.000
Storting 1 juli€ 500.000€ 500.000
Rendement tweede halfjaar+20%-10%
Eindwaarde 31 december€ 1.680.000€ 1.530.000
Werkelijke winst (eindwaarde min inleg)€ 180.000€ 30.000
Naïef: eindwaarde / beginwaarde - 168,0%53,0%
Tijdgewogen rendement (TWR)8,0%8,0%
Geldgewogen rendement (MWR/IRR)ca. 14,5%ca. 2,4%

Het tijdgewogen rendement is voor beiden gelijk: 0,90 × 1,20 = 1,20 × 0,90 = 1,08, oftewel 8,0 procent. De beleggingen presteerden immers precies even goed. Het geldgewogen rendement verschilt sterk, omdat belegger A extra geld inlegde vlak vóór de stijging en belegger B vlak vóór de daling. De naïeve berekening is in beide gevallen misleidend, omdat zij de storting als rendement meetelt.

Welk getal is dan 'het' rendement? Beide, voor een andere vraag. Wilt u weten of uw beheerder of uw beleggingsbeleid goed werkt, kijk dan naar TWR en vergelijk dat met een passende maatstaf. Wilt u weten wat uw vermogen u als eigenaar heeft opgeleverd, inclusief uw eigen beslissingen over timing, kijk dan naar MWR.

Hoe beïnvloeden stortingen en onttrekkingen het rendement?

Stortingen en onttrekkingen zijn geen rendement, maar ze bepalen wel hoeveel geld er aan het rendement blootstaat. Dat is het mechanisme achter het verschil tussen TWR en MWR. Bij een groot vermogen zijn de geldstromen bovendien vaak omvangrijk en onregelmatig: de verkoop van een onderneming, een uitkering uit een fonds, een aankoop van vastgoed.

Een paar praktische gevolgen:

  • Grote geldstromen vragen om een waardering op die dag. Zonder waardering op het moment van de storting kunt u geen zuiver TWR berekenen. Een veelgebruikte benadering is de Modified Dietz-methode, die de winst deelt door de beginwaarde plus de geldstromen, gewogen naar het deel van de periode dat ze belegd waren. In het voorbeeld hierboven geeft dat voor belegger A € 180.000 / € 1.250.000 = 14,4 procent, dicht bij het geldgewogen rendement.
  • Inkomsten die u laat uitkeren, horen bij het rendement. Dividend of rente die naar uw betaalrekening gaat, is eerst rendement en daarna een onttrekking. Telt u alleen de koerswaarde van de effectenrekening, dan onderschat u het resultaat.
  • Bij illiquide beleggingen is MWR vaak zinvoller. Bij private equity of vastgoedprojecten bepaalt de beheerder wanneer geld wordt opgevraagd en uitgekeerd, en zijn tussentijdse waarderingen schaars. Niet voor niets staat ook GIPS daar het geldgewogen rendement toe.

Waarom is het rendement per rekening misleidend?

Het rendement per rekening zegt weinig over het rendement van uw totale vermogen, omdat elke rekening maar een deel van het verhaal toont en geldstromen tussen uw eigen rekeningen er als externe stortingen uitzien. Wie de afzonderlijke rapportages naast elkaar legt, ziet daardoor vaak een te rooskleurig of juist te somber beeld.

Typische vertekeningen bij een verspreid vermogen:

  • Interne overboekingen. Verplaatst u € 300.000 van uw spaarrekening naar een effectenrekening, dan is dat voor beide rekeningen een externe geldstroom. Op het niveau van uw totale vermogen is het een interne verschuiving zonder enig rendement. Hetzelfde geldt voor een dividend van uw holding naar privé.
  • Kosten die elders worden afgeschreven. Een beheerfee die van uw betaalrekening wordt afgeschreven in plaats van van de beheerde rekening, verdwijnt uit het rendement van die rekening. Het rapport toont dan in feite een rendement vóór kosten.
  • Verschillende methoden. De ene partij rapporteert TWR, de andere MWR, een derde alleen een waardeverschil. Die getallen kunt u niet zomaar middelen.
  • Weging. Een rekening met 15 procent rendement maakt weinig uit als er 2 procent van uw vermogen op staat. Het totaalrendement is het gewogen gemiddelde van de onderdelen, met als gewicht het belegde bedrag.
  • Schulden en hefboom. Een hypotheek op verhuurd vastgoed of een lening in de bv verhoogt het rendement op het eigen vermogen als het goed gaat, en drukt het als het tegenzit. Wie alleen de bezittingen meet, mist dat effect.

Een gecombineerde portfolio-analyse over al uw rekeningen heen lost een deel hiervan op, omdat interne overboekingen dan tegen elkaar wegvallen en alles met dezelfde methode wordt gemeten.

Hoe tellen kosten, belasting en inflatie mee?

Het werkelijke rendement ontstaat pas als u van bruto naar netto en van nominaal naar reëel rekent. Elke laag lijkt klein, maar samen bepalen ze wat er van het rendement overblijft.

Kosten. De AFM waarschuwt beleggers dat kosten een flinke hap uit het uiteindelijke rendement kunnen nemen. Beleggingsondernemingen moeten u onder MiFID II ten minste eenmaal per jaar een overzicht geven van de werkelijk gemaakte kosten, als bedrag en als percentage, zo licht de AFM toe in haar vragen en antwoorden over kostentransparantie. Tel die overzichten van alle partijen op en voeg kosten toe die er niet in staan, zoals advieskosten die u apart betaalt. Ter illustratie, met fictieve cijfers: € 1.000.000 dat twintig jaar 7 procent per jaar oplevert, groeit tot ongeveer € 3,87 miljoen; bij 0,8 procent kosten per jaar wordt dat ongeveer € 3,33 miljoen, een verschil van ruim € 0,5 miljoen.

Belasting. Belasting verlaagt het rendement dat u als eigenaar overhoudt, maar de heffing hangt af van waar het vermogen zit: privé in box 3, in een bv of holding, of via ingehouden bronbelasting op dividend. In een TWR van een beleggingsrekening zit belasting meestal niet. Voor het rendement op uw totale vermogen is het verstandig om naast het rendement vóór belasting ook een rendement ná belasting te berekenen, waarbij u betaalde belasting als kosten behandelt. Bij een bv speelt daarnaast de belasting die pas bij uitkering naar privé wordt geheven; die latente belastingclaim kunt u zichtbaar maken door de bv-waarde ook na belasting te tonen.

Inflatie. Het reële rendement corrigeert voor geldontwaarding. U berekent het als (1 + nominaal rendement) / (1 + inflatie) - 1. Volgens het CBS was de inflatie in 2025 gemiddeld 3,3 procent.

Fictief voorbeeldRendement
Bruto rendement (TWR, vóór kosten)8,0%
Na 0,8% kosten (vereenvoudigd)7,2%
Na belasting (fictief 1,2 procentpunt)6,0%
Reëel, bij 3,3% inflatie (cijfer 2025)ca. 2,6%

Stappenplan: zo berekent u het rendement van uw portefeuille en totale vermogen

  1. Bepaal de afbakening. Kies welke onderdelen meetellen: alleen liquide beleggingen, of ook vastgoed, de bv, private equity en schulden. Rapporteer bij voorkeur beide niveaus.
  2. Leg begin- en eindwaarden vast per onderdeel, op dezelfde datum en met een consistente waarderingsmethode. Noteer bij vastgoed en niet-beursgenoteerde belangen hoe de waarde is bepaald.
  3. Registreer alle externe geldstromen met datum en bedrag: stortingen, onttrekkingen, schenkingen, belastingbetalingen. Schrap interne overboekingen tussen eigen rekeningen.
  4. Bereken het TWR door de periode op te knippen bij grote geldstromen en de deelrendementen te koppelen, of benader het met Modified Dietz.
  5. Bereken het MWR voor hetzelfde geheel, zodat u ziet wat uw eigen timing heeft gedaan.
  6. Breng alle kosten in rekening, ook die buiten de beleggingsrekeningen worden betaald.
  7. Maak belasting en inflatie zichtbaar als aparte lagen, zodat u bruto, netto en reëel rendement naast elkaar ziet.
  8. Vergelijk met een passende maatstaf en over meerdere jaren, niet alleen met het jaar ervoor.

Voor uw eigen fiscale positie en de keuze van een maatstaf blijft een fiscalist of onafhankelijk adviseur het aanspreekpunt.

Wie het rendement op het geheel wil kennen, heeft eerst een volledig en actueel overzicht van het totale vermogen nodig. Pas als alle onderdelen, geldstromen en kosten op één plek samenkomen, worden TWR en MWR meer dan een schatting.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen time-weighted return en money-weighted return?

Time-weighted return meet hoe de beleggingen zelf presteerden, ongeacht wanneer u geld stortte of opnam; money-weighted return meet wat u op uw ingelegde geld verdiende, inclusief het effect van uw timing. TWR knipt de periode op bij elke geldstroom en koppelt de deelrendementen. MWR is de interne rentevoet van alle geldstromen en weegt periodes met veel belegd geld zwaarder.

Welk rendement moet ik gebruiken om mijn vermogensbeheerder te beoordelen?

Voor het beoordelen van een beheerder is het tijdgewogen rendement het gebruikelijke getal, vergeleken met een passende maatstaf. De beheerder bepaalt meestal niet wanneer u geld stort of opneemt, dus dat effect hoort niet in zijn resultaat. De internationale GIPS-standaard schrijft daarom in beginsel TWR voor, met uitzonderingen voor onder meer illiquide beleggingen.

Hoe bereken ik mijn rendement als ik tussentijds geld heb bijgestort?

U berekent het rendement door de storting niet als winst te tellen: knip de periode op bij de storting en koppel de rendementen van de deelperiodes (TWR), of bereken de interne rentevoet over alle geldstromen (MWR). Ontbreekt een waardering op de stortingsdatum, dan is de Modified Dietz-methode een gangbare benadering: winst gedeeld door beginwaarde plus tijdgewogen stortingen.

Waarom klopt het rendement op mijn bankafschrift niet met de groei van mijn vermogen?

Het rendement per rekening laat geldstromen tussen uw eigen rekeningen, elders betaalde kosten, belasting en schulden meestal buiten beschouwing. Daardoor kan een rekening sterk lijken te groeien door een interne overboeking, of juist beter lijken dan ze is omdat de beheerfee van een andere rekening wordt afgeschreven. Pas op het niveau van het totale vermogen vallen interne overboekingen tegen elkaar weg.

Hoe bereken ik het reële rendement na inflatie?

Het reële rendement is (1 + nominaal rendement) gedeeld door (1 + inflatie), min één. Bij een fictief nominaal rendement van 6 procent en de inflatie van 3,3 procent die het CBS over 2025 mat, komt het reële rendement uit op ongeveer 2,6 procent. Gebruik bij voorkeur het rendement na kosten en belasting als vertrekpunt.

Bronnen

Dit artikel is informatief en geen beleggings-, belasting- of juridisch advies. Regels en plannen kunnen veranderen; laat u voor uw eigen situatie adviseren door een fiscalist of adviseur. Financular ontwikkelt software en is geen vermogensbeheerder of adviseur.

Volgende artikel ook ontvangen?

Over box 3, vermogensbelasting, beleggen en overzicht over uw vermogen. Rustig geschreven, op basis van actueel nieuws, zonder verkooppraat.

U ontvangt alleen een e-mail als er een nieuw artikel verschijnt. U bevestigt eerst uw aanmelding en kunt zich met één klik afmelden. Zie de privacyverklaring.

Benieuwd hoe uw eigen vermogen ervoor staat?

Wij bouwen persoonlijke software die al uw rekeningen, beleggingen en bezittingen samenbrengt in één overzicht. Bespreek vrijblijvend wat er mogelijk is.