Gids · portefeuille · 8 min lezen
Kosten beleggen: wat kost het u echt over twintig jaar?
Beheerfee, lopende kosten, transactie- en valutakosten en spreads: zo telt u alle kostenlagen op en vraagt u per partij het MiFID II-kostenoverzicht op.
Gepubliceerd op · Financular
Wat beleggen u echt kost, ziet u pas als u alle kostenlagen bij elkaar optelt: de beheerfee of servicekosten van uw bank of vermogensbeheerder, de lopende kosten van de fondsen, transactiekosten, valutakosten en spreads. Een totaal van 1,3 procent per jaar lijkt weinig, maar in ons fictieve rekenvoorbeeld kost het over twintig jaar ruim een vijfde van het eindvermogen. Elke bank, broker en vermogensbeheerder moet u onder MiFID II minstens één keer per jaar een kostenoverzicht in euro's en procenten sturen. Dat overzicht is het vertrekpunt.
Welke kostenlagen betaalt u bij beleggen?
U betaalt twee soorten kosten: kosten voor de dienstverlening en kosten van de producten waarin u belegt. Die indeling gebruikt ook de AFM (Wat kost beleggen?). Onder dienstverlening vallen onder meer beheer- en adviesvergoedingen, bewaarloon, transactiekosten van de bank of broker en eventuele prestatievergoedingen. Onder productkosten vallen de kosten van het fonds of de tracker zelf: management fee, servicekosten en andere doorlopende kosten, plus de transactiekosten die het fonds intern maakt.
In de praktijk komt u deze lagen tegen:
- Beheer- of servicefee. De vergoeding van de vermogensbeheerder, adviseur of bank, meestal een percentage van het belegde vermogen. Bij beheerkosten van vermogensbeheer telt de btw mee als die in rekening wordt gebracht; de AFM verwacht dat bedragen inclusief btw worden vermeld.
- Lopende kosten van fondsen. De jaarlijkse kosten binnen een beleggingsfonds of ETF, die u nooit als aparte afschrijving ziet, omdat ze van de fondskoers afgaan.
- Transactiekosten. Expliciete kosten per aan- of verkoop, en de transactiekosten die een fonds zelf maakt bij het kopen en verkopen van effecten.
- Valutakosten. De opslag op de wisselkoers als u in euro's betaalt voor effecten in dollars, ponden of franken, en soms nog een keer bij de uitkering van dividend.
- Spreads. Het verschil tussen de bied- en laatkoers. Dit zijn impliciete kosten: er staat geen factuur tegenover, maar u koopt iets duurder en verkoopt iets goedkoper dan de middenkoers.
- Incidentele kosten. Vooral prestatievergoedingen (performance fees), die alleen in goede jaren drukken.
TER en lopende kosten: wat er wel en niet in zit
De lopende kosten (in het Engels: ongoing charges figure, OCF) zijn de doorlopende kosten van een fonds, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde fondsvermogen. Dit cijfer heeft de oudere TER (total expense ratio) grotendeels vervangen; de twee meten ongeveer hetzelfde, maar de lopende kosten worden berekend met meer meetmomenten, zo legt bijvoorbeeld Allianz uit.
Belangrijk is wat er níet in zit. De transactiekosten die een fonds maakt bij het herschikken van de portefeuille, staan los van de lopende kosten, net als prestatievergoedingen. In het essentiële-informatiedocument (EID) van een fonds ziet u ze als aparte posten. Wie alleen naar de TER of de lopende kosten kijkt, mist dus een laag. Bij actief beheerde fondsen met veel omloop kan die laag aanzienlijk zijn; bij brede indexfondsen is ze meestal klein.
Ook de kosten van uw bank of beheerder zitten niet in de lopende kosten van het fonds. Die komen er bovenop. Het is daarom zinvol om de lagen naast elkaar te zetten, zoals in het voorbeeld hieronder.
| Kostenlaag (fictief voorbeeld) | Per jaar | Waar u het vindt |
|---|---|---|
| Beheerfee vermogensbeheer, incl. btw | 0,80% | Kostenoverzicht van de beheerder |
| Lopende kosten fondsen | 0,25% | EID van het fonds; kostenoverzicht (productkosten) |
| Transactiekosten binnen fondsen | 0,10% | EID van het fonds; kostenoverzicht (productkosten) |
| Transactie- en valutakosten op het depot | 0,10% | Transactienota's; kostenoverzicht (dienstverlening) |
| Spreads en andere impliciete kosten | 0,05% | Kostenoverzicht, als schatting |
| Totaal | 1,30% |
Wat kost beleggen over twintig jaar? Een rekenvoorbeeld
Over twintig jaar kost een paar tienden van een procent per jaar al snel tonnen. Het onderstaande voorbeeld is fictief en vereenvoudigd: een startvermogen van € 1.000.000, een bruto rendement van 6 procent per jaar, geen stortingen of onttrekkingen, geen belasting, en de kosten worden elk jaar berekend over de waarde aan het begin van dat jaar. Het rendement van 6 procent is geen verwachting, maar een rekengetal.
| Totale kosten per jaar | Eindwaarde na 20 jaar | Betaalde kosten (som) | Achterstand op 0% kosten | Minder eindvermogen |
|---|---|---|---|---|
| 0,00% | € 3.207.000 | € 0 | € 0 | 0% |
| 0,35% | € 3.002.000 | € 124.000 | € 205.000 | 6,4% |
| 0,80% | € 2.756.000 | € 270.000 | € 451.000 | 14,1% |
| 1,30% | € 2.506.000 | € 416.000 | € 701.000 | 21,9% |
| 2,00% | € 2.191.000 | € 596.000 | € 1.016.000 | 31,7% |
Fictief voorbeeld, bedragen afgerond op duizenden euro's.
Bij een totaal van 1,30 procent betaalt u in het eerste jaar € 13.000. Over twintig jaar loopt de som van de betaalde kosten op tot ongeveer € 416.000, maar de achterstand op het eindvermogen is met ongeveer € 701.000 veel groter. Het verschil van bijna € 285.000 is rendement dat de betaalde kosten zelf hadden kunnen maken als ze in de portefeuille waren gebleven.
Waarom kleine percentages zo zwaar wegen
Kosten werken als negatief samengesteld rendement: ze worden elk jaar geheven over een groeiend vermogen, en elk weggehaald bedrag rendeert daarna niet meer. Daarom groeit de achterstand sneller dan de kostenpost zelf. In het voorbeeld is het netto rendement bij 1,30 procent kosten 4,70 procent in plaats van 6 procent. Dat is ruim een vijfde minder rendement per jaar, en dat verschil stapelt zich twintig keer op.
Twee kanttekeningen horen hierbij. Ten eerste zegt een laag kostenpercentage niets over risico en rendement: de AFM benadrukt dat kosten altijd in samenhang met risico en rendement moeten worden bekeken. Een goedkopere portefeuille met een ander risicoprofiel is geen vergelijkbaar alternatief. Ten tweede is de verhouding tussen kosten en verwacht rendement belangrijker dan het kale percentage. Hoe lager het verwachte rendement, bijvoorbeeld bij een defensieve portefeuille met veel obligaties, hoe groter het deel daarvan dat aan kosten opgaat.
Hoe vraagt u het kostenoverzicht op onder MiFID II?
Elke beleggingsonderneming moet u minstens één keer per jaar een overzicht geven van de totale kosten die in het afgelopen jaar zijn gemaakt, op basis van de werkelijke kosten en uitgedrukt in een bedrag en een percentage. Dat staat in artikel 50, lid 2, van de gedelegeerde verordening (EU) 2017/565 onder MiFID II, de Europese regels voor beleggingsdienstverlening die sinds 3 januari 2018 gelden (AFM, veelgestelde vragen over kostentransparantie). Dit heet het ex-post kostenoverzicht. Daarnaast is er een ex-ante kostenoverzicht vooraf: bij vermogensbeheer vóór het tekenen van de overeenkomst, bij execution only vóór iedere transactie.
Zo gaat u per partij te werk:
- Vraag het jaarlijkse kostenoverzicht op bij elke bank, broker, adviseur en vermogensbeheerder. Het staat vaak in de online omgeving bij de jaarstukken, en anders kunt u het opvragen.
- Controleer of dienst- en productkosten allebei zijn opgenomen. Het overzicht moet ook kosten bevatten die niet bij de partij zelf terechtkomen, zoals btw en indirecte transactiekosten. In een onderzoek uit 2022 trof de AFM bij brokers kosteninformatie aan waarin lopende kosten en transactiekosten van fondsen ontbraken, evenals impliciete handelskosten en valutakosten (AFM-onderzoek naar ex-ante kosteninformatie).
- Vraag om een uitsplitsing naar eenmalige kosten, lopende kosten, transactiekosten, kosten van nevendiensten en incidentele kosten. Let op: een all-in-fee hoeft volgens de AFM niet te worden opgesplitst.
- Bekijk de illustratie van het cumulatieve effect van kosten op het rendement. Die illustratie hoort bij de kosteninformatie. De horizon moet volgens de AFM aansluiten bij uw eigen beleggingshorizon.
- Vul aan met het EID voor posities die buiten een kostenoverzicht vallen, bijvoorbeeld fondsen die u rechtstreeks bij een fondsaanbieder aanhoudt.
- Tel alles op en weeg naar vermogen. Pas het gewogen gemiddelde over alle partijen samen zegt iets over uw werkelijke kosten.
Kosten bij meerdere partijen: waar u op let
Bij een vermogen dat over meerdere banken, brokers en beheerders is verdeeld, zegt geen enkel kostenoverzicht iets over het geheel. Elke partij rapporteert alleen haar eigen deel, in haar eigen indeling en vaak met een eigen definitie van gemiddeld vermogen. Wie de overzichten naast elkaar legt, ziet bijvoorbeeld dezelfde soort ETF bij twee partijen met verschillende valutakosten, of een beheerfee die wordt geheven over een depot dat grotendeels in kas staat.
Let bij het optellen op vier punten. Rekent u met euro's in plaats van alleen percentages, want € 13.000 per jaar maakt meer indruk dan 1,3 procent. Kijk naar de verhouding tussen de kosten en het netto rendement per partij. Zoek naar dubbele lagen, zoals een beheerfee bovenop fondsen die zelf al actief worden beheerd. En vergelijk jaar op jaar: stijgende kosten bij een gelijkblijvend vermogen wijzen vaak op meer transacties of een nieuwe fee. Een portfolio-analyse over al uw rekeningen heen laat zien waar die kosten zitten en hoe ze zich verhouden tot allocatie en rendement.
Voor de beoordeling van uw eigen situatie, of een hogere fee zich terugbetaalt in advies, fiscale structuur of risicobeheersing, kunt u het beste een onafhankelijke adviseur raadplegen. Dat begint met één compleet beeld: wie zijn totale vermogen overziet, ziet ook wat het geheel kost.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen TER en lopende kosten?
Beide geven de jaarlijkse doorlopende kosten van een fonds weer als percentage van het fondsvermogen; de lopende kosten hebben de oudere TER grotendeels vervangen. Het verschil zit vooral in de berekening van het gemiddelde fondsvermogen. Geen van beide bevat de transactiekosten die het fonds zelf maakt of de vergoeding van uw bank of vermogensbeheerder.
Hoeveel kost 1 procent beheerkosten over twintig jaar?
Bij een fictief vermogen van € 1 miljoen en 6 procent bruto rendement per jaar ligt het eindvermogen na twintig jaar met 1 procent kosten per jaar ongeveer 17 procent lager dan zonder kosten. In het rekenvoorbeeld in dit artikel kost 0,80 procent per jaar ongeveer 14 procent van het eindvermogen en 1,30 procent bijna 22 procent. Dat komt doordat kosten jaarlijks over een groeiend vermogen worden geheven en het weggehaalde geld daarna niet meer rendeert.
Hoe vraag ik een kostenoverzicht op bij mijn bank of vermogensbeheerder?
U hebt recht op een jaarlijks kostenoverzicht van elke bank, broker, adviseur en vermogensbeheerder. Dat volgt uit MiFID II: het overzicht toont de werkelijk gemaakte kosten in een bedrag en een percentage. Vaak staat het bij de jaarstukken in de online omgeving; anders kunt u het opvragen en om een uitsplitsing naar kostensoort vragen.
Staan valutakosten en spreads in het MiFID II-kostenoverzicht?
Dat hoort zo, maar controleer het zelf. Het overzicht moet alle kosten bevatten, ook impliciete kosten en kosten die niet bij de aanbieder zelf terechtkomen. De AFM trof in 2022 bij brokers kosteninformatie aan waarin impliciete handelskosten en valutakosten ontbraken.
Is een goedkopere portefeuille altijd beter?
Nee, lagere kosten zijn alleen beter bij een vergelijkbaar risico en beleggingsbeleid. De AFM benadrukt dat kosten altijd in samenhang met risico en rendement moeten worden bekeken. Wel geldt: hoe lager het verwachte rendement, hoe groter het deel daarvan dat aan kosten opgaat.
Bronnen
- Wat kost beleggen? · Autoriteit Financiële Markten (AFM)
- Veelgestelde vragen over kostentransparantie (MiFID II) · Autoriteit Financiële Markten (AFM)
- Onderzoek naar ex-ante kosteninformatie: brokers maken verbeterslag · Autoriteit Financiële Markten (AFM)
- Beleggersbescherming onder MiFID II: een overzicht van belangrijke wijzigingen · Autoriteit Financiële Markten (AFM)
- Lopende Kosten vervangt TER (Total Expense Ratio) · Allianz Nederland
Dit artikel is informatief en geen beleggings-, belasting- of juridisch advies. Regels en plannen kunnen veranderen; laat u voor uw eigen situatie adviseren door een fiscalist of adviseur. Financular ontwikkelt software en is geen vermogensbeheerder of adviseur.
Volgende artikel ook ontvangen?
Over box 3, vermogensbelasting, beleggen en overzicht over uw vermogen. Rustig geschreven, op basis van actueel nieuws, zonder verkooppraat.