Direct naar de inhoud

Actueel · box 3 · 5 min lezen

Box 3 en werkelijk rendement: twee regimes, één administratie

Het nieuwe box 3-stelsel belast beleggingen jaarlijks op aanwas en vastgoed pas bij verkoop. Wat vraagt dat van de administratie van een gespreid vermogen?

Gepubliceerd op · Financular

De Wet werkelijk rendement box 3 ligt nog altijd bij de Eerste Kamer. Op 13 oktober besloot de Eerste Kamercommissie voor Financiën voorlopig in te stemmen met de route die het kabinet voor box 3 heeft voorgesteld, en eerst de behandeling van de novelle in de Tweede Kamer af te wachten. Dit stuk laat de politiek even rusten en kijkt naar iets praktischers: het voorgestelde stelsel kent twee manieren van heffen naast elkaar. Dat stelt eisen aan de vastlegging van een vermogen dat over banken, depots, vastgoed en participaties is verspreid.

Waar het wetsvoorstel nu staat

Volgens het dossier van de Eerste Kamer is de status als volgt:

  • De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan.
  • De Eerste Kamer behandelde het voorstel plenair op 30 juni 2026. Senator Crone verzocht toen om uitstel van de stemming tot de plenaire behandeling van de aangekondigde novelle; die stemming heeft nog niet plaatsgevonden.
  • Op 5 oktober 2026 voerde de commissie voor Financiën een mondeling overleg met de minister en de staatssecretaris van Financiën. Op 13 oktober volgde het besluit om de behandeling van de novelle in de Tweede Kamer af te wachten voordat de commissie definitief beslist hoe zij het voorstel verder behandelt.
  • De wet treedt in werking op een tijdstip dat bij koninklijk besluit wordt bepaald. De tekst van de inwerkingtredingsbepaling gaat uit van 1 januari 2028.

Het voorstel is dus aangenomen door de Tweede Kamer, maar niet door de Eerste Kamer, en nog niet in werking. Tot die tijd blijft het huidige forfaitaire stelsel van toepassing, waarover de Hoge Raad in het Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde dat het in strijd is met het discriminatieverbod en de bescherming van het eigendomsrecht uit het EVRM.

Twee regimes binnen één box 3

De kern van het voorstel is dat de forfaitaire berekening verdwijnt. Als hoofdregel wordt het werkelijke rendement belast op basis van vermogensaanwas: inkomsten zoals rente en dividend, plus de waardeontwikkeling van het jaar, positief of negatief. Kosten zijn aftrekbaar. Een waardestijging van een beleggingsportefeuille wordt dus jaarlijks belast, ook als er niets is verkocht.

Voor twee categorieën geldt een uitzondering: onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen. Daarvoor geldt een vermogenswinstbelasting. De waardeontwikkeling wordt pas belast bij realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop. De reguliere opbrengsten, zoals huur en dividend, zijn wel belast in het jaar waarin u ze ontvangt.

Het stelsel geldt voor alle bezittingen die nu in box 3 vallen, niet voor vermogen in box 1 of box 2. Een holding of werkmaatschappij van een dga blijft dus buiten deze heffing. De bestaande vrijstellingen blijven volgens de samenvatting van de Eerste Kamer in principe bestaan, tenzij de overgang aanleiding geeft ze anders vorm te geven of af te schaffen. Het kabinet heeft aanpassingen via een novelle aangekondigd. Welke bezittingen uiteindelijk onder welk regime vallen, kan daardoor nog verschuiven.

Wat dit vraagt van de administratie van uw vermogen

Bij één spaarrekening en één depot is de overstap te overzien. Bij een vermogen over meerdere banken, depots, vastgoedobjecten en participaties ligt dat anders. Uit de opzet van het voorstel volgt dat u per categorie andere gegevens nodig hebt:

  • Bezittingen onder vermogensaanwas. Per rekening en depot de waarde aan het begin en het einde van het jaar, de ontvangen rente en dividenden en de kosten. Stortingen, onttrekkingen en overboekingen tussen eigen rekeningen zijn geen rendement en moeten daarvan te onderscheiden zijn. Hoe meer partijen, hoe groter de kans dat dezelfde euro twee keer of juist niet wordt meegeteld.
  • Vastgoed. Hier draait het om de waarde waarmee een object het nieuwe stelsel ingaat, de kosten die daarna worden gemaakt en de opbrengst bij verkoop. Dat kan jaren of decennia later zijn. Huurinkomsten moeten daarnaast jaarlijks worden vastgelegd.
  • Participaties in startende ondernemingen. Ook hier wordt de waardeontwikkeling pas bij verkoop belast. Of een belang onder de definitie valt, is een vraag die de wettekst beantwoordt en die per geval moet worden beoordeeld.
  • Schulden. Het voorstel betrekt alle voordelen uit bezittingen én schulden in de heffing. Ook de vastlegging van leningen en rentelasten hoort dus bij het totaalbeeld.

In de Tweede Kamer is ook een amendement ingediend over achterwaartse verliesverrekening naar het voorafgaande kalenderjaar. Dat laat zien hoe belangrijk de behandeling van negatieve rendementen is. Wie een jaar met verlies heeft, wil dat verlies later kunnen aantonen en gebruiken. Dat lukt alleen met een sluitende, jaarlijkse vastlegging.

Vastgoed, landgoederen en familieverhoudingen

Uit het dossier blijkt dat een aantal onderwerpen in de Tweede Kamer bijzondere aandacht kreeg die voor vermogende families direct relevant zijn. Zo werd een motie ingediend die vraagt om een verkenning naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling voor het werkelijke voordeel van eigen gebruik van onroerende zaken en voor de openingsbalanswaarde van vastgoed. Dat raakt bijvoorbeeld wie een tweede woning deels zelf gebruikt. Daarnaast werden amendementen ingediend over het niet belasten van vervreemdingsvoordelen bij landgoederen onder de Natuurschoonwet, en over een doorschuiffaciliteit bij een overgang krachtens huwelijksvermogensrecht of een verdeling van de huwelijksgemeenschap anders dan door overlijden.

Of en in welke vorm deze voorstellen in de wettekst zijn beland, leest u na in het gewijzigde voorstel van wet. De novelle kan daar opnieuw wijzigingen in brengen. Voor wie huwelijkse voorwaarden wil aanpassen, vastgoed binnen de familie wil overdragen of een landgoed bezit, zijn dit punten om met een fiscalist door te nemen voordat het stelsel ingaat.

Waar u nu op let

Er is nog geen definitieve wet en de details kunnen veranderen. Toch kunt u een aantal vragen nu al stellen:

  • Kunt u per bank en depot de waarde aan het begin en einde van een jaar, de inkomsten en de kosten eenduidig terugvinden?
  • Zijn de aankoopgegevens, investeringen en taxaties van uw vastgoed volledig en bewaard?
  • Weet u welke bezittingen in box 3 vallen en welke in box 1 of box 2, bijvoorbeeld via een holding?
  • Is helder welke participaties mogelijk onder de regeling voor startende ondernemingen vallen?

Wat deze ontwikkeling voor uw eigen situatie betekent, hangt af van de samenstelling en structuur van uw vermogen. Bespreek dat met uw fiscalist of adviseur, zeker als u overweegt bezittingen te verschuiven of te herstructureren.

Wie straks belasting betaalt over het werkelijke rendement, heeft een beeld van dat rendement nodig dat over alle partijen heen klopt en jaren later nog te reconstrueren is. Een samenhangend overzicht van het totale vermogen is daarmee meer dan een rapportage: het is de basis waarop de aangifte rust.

Bronnen

Dit artikel is informatief en geen beleggings-, belasting- of juridisch advies. Regels en plannen kunnen veranderen; laat u voor uw eigen situatie adviseren door een fiscalist of adviseur. Financular ontwikkelt software en is geen vermogensbeheerder of adviseur.

Volgende artikel ook ontvangen?

Over box 3, vermogensbelasting, beleggen en overzicht over uw vermogen. Rustig geschreven, op basis van actueel nieuws, zonder verkooppraat.

U ontvangt alleen een e-mail als er een nieuw artikel verschijnt. U bevestigt eerst uw aanmelding en kunt zich met één klik afmelden. Zie de privacyverklaring.

Benieuwd hoe uw eigen vermogen ervoor staat?

Wij bouwen persoonlijke software die al uw rekeningen, beleggingen en bezittingen samenbrengt in één overzicht. Bespreek vrijblijvend wat er mogelijk is.