Direct naar de inhoud

Actueel · box 3 · 6 min lezen

Box 3: Raad van State wil nieuw stelsel pas in 2030

De Raad van State raadt de box 3-novelle af en wil een nieuw stelsel pas in 2030. Wat betekent dat voor 2028, 2029 en uw vermogensadministratie?

Gepubliceerd op · Financular

De Raad van State adviseert het kabinet om de box 3-novelle niet in te dienen, het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 in te trekken en pas per 2030 in één keer over te stappen op een nieuw stelsel. Volgt het kabinet dat, dan blijft het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling ook in 2028 en 2029 gelden. Voor vermogenden betekent dit vooral twee jaar langer de bestaande box 3-administratie en voorlopig geen zekerheid over het nieuwe stelsel.

Wat adviseert de Raad van State over box 3?

De Afdeling advisering van de Raad van State oordeelt dat de novelle in deze vorm niet naar de Tweede Kamer moet, tenzij die wordt aangepast. Een novelle is een wetsvoorstel dat een al ingediend wetsvoorstel wijzigt. Het spoedadvies is op 2 november 2026 bekendgemaakt, zo meldt Taxence.

De kritiek in het kort:

  • Zorgvuldigheid. Een stelselwijziging via een novelle, en dan ook nog met grote spoed, gaat volgens de Afdeling ten koste van de kwaliteit van de wet en van de uitvoering.
  • Twee systemen naast elkaar. De novelle maakt tijdelijk onderscheid tussen vermogensbestanddelen zonder duidelijke rechtvaardiging. Dat is kwetsbaar, juist na jaren van procedures en hersteloperaties.
  • Uitvoering. Het tijdelijke hybride stelsel zou 252 fte en ongeveer € 31 miljoen aan extra uitvoeringskosten vragen. De Belastingdienst acht de novelle in zijn uitvoeringstoets in elk geval voor 2028 onuitvoerbaar.
  • Dekking. De discussie over de dekkingsmaatregelen zorgt volgens de Afdeling voor onduidelijkheid en onrust.

Het hoofdadvies is om het wetsvoorstel in te trekken, de novelle niet in te dienen en met een nieuw wetsvoorstel te komen voor 2030. Wil het kabinet toch via de novelle verder, dan adviseert de Afdeling de vermogenswinstbelasting voor alle box 3-bezittingen pas per 2030 in te voeren. In beide routes blijft het forfait met tegenbewijsregeling in 2028 en 2029 bestaan.

Waar staat de box 3-wetgeving nu?

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36.748) ligt bij de Eerste Kamer, en de novelle is nog niet bij de Tweede Kamer ingediend. Volgens de dossierpagina van de Eerste Kamer nam de Tweede Kamer het voorstel op 12 februari 2026 aan. De Eerste Kamer behandelde het op 30 juni 2026 plenair, maar stelde de stemming uit tot de behandeling van de aangekondigde novelle. Op 13 oktober 2026 stemde de Kamercommissie voor Financiën voorlopig in met de route van het kabinet; de commissie wacht de behandeling van de novelle in de Tweede Kamer af.

De staatssecretaris schreef bij de adviesaanvraag dat invoering per 2028 alleen mogelijk is als beide Kamers zowel de novelle als het wetsvoorstel uiterlijk in december 2026 aannemen, zo vat EY samen. Of het kabinet het advies volgt, was bij het schrijven van dit artikel nog niet bekend.

Drie scenario's voor box 3 in 2028 en 2029

Er liggen nu drie routes op tafel.

Route2028 en 2029Vanaf 2030
Kabinet zet novelle doorVermogenswinstbelasting voor vastgoed en alle financiële instrumenten; vermogensaanwasbelasting voor onder meer banktegoeden, crypto in eigen wallet en overige bezittingenOok de overige bezittingen naar vermogenswinstbelasting (afzonderlijk voorstel, nog niet ingediend)
Hoofdadvies Raad van StateHuidig forfait met tegenbewijsregelingIn één keer een nieuw stelsel via een nieuw wetsvoorstel
Subsidiair advies Raad van StateHuidig forfait met tegenbewijsregelingVermogenswinstbelasting voor alle box 3-bezittingen

Een vermogenswinstbelasting belast waardestijging pas bij verkoop; rente, dividend en huur zijn wel jaarlijks belast. Een vermogensaanwasbelasting belast ook de ongerealiseerde waardestijging elk jaar, of u nu verkoopt of niet.

Wat betekent het advies voor uw box 3-administratie?

Elk scenario vraagt een andere administratie. Onder het forfait met tegenbewijsregeling betaalt u over een fictief rendement, tenzij u aantoont dat uw werkelijke rendement lager was. Dat werkelijke rendement omvat rente, dividend en huur, maar ook waardeveranderingen die u niet hebt gerealiseerd. U heeft dus per jaar begin- en eindwaarden en alle ontvangsten nodig, over alle banken, brokers en vastgoed.

Onder een vermogenswinstbelasting draait alles om de verkrijgingsprijs per positie. De novelle stelt die voor bezittingen die u op 1 januari 2028 al heeft op de waarde op die datum, zodat oudere waardestijgingen buiten de heffing blijven. Schuift de invoering op, dan is nog open welke peildatum gaat gelden.

Een fictief voorbeeld laat het verschil zien. Stel: u heeft op 1 januari een beleggingsportefeuille van € 2.000.000. U ontvangt € 40.000 dividend, de waarde stijgt naar € 2.100.000 en u koopt of verkoopt niets. Ter illustratie rekenen we met het forfaitaire percentage voor beleggingen van 2026 (6,00 procent, volgens de Belastingdienst). Heffingsvrij vermogen, kosten en tarief laten we buiten beschouwing.

SysteemWat telt meeRendement in dit voorbeeld
Forfait6,00% van € 2.000.000€ 120.000
Werkelijk rendement (tegenbewijs)€ 40.000 dividend + € 100.000 waardestijging€ 140.000; hoger dan het forfait, dus het forfait blijft gelden
VermogensaanwasbelastingDividend + ongerealiseerde waardestijging€ 140.000
VermogenswinstbelastingAlleen dividend, waardestijging pas bij verkoop€ 40.000

Daalt de portefeuille in een volgend jaar, dan kan het werkelijke rendement juist onder het forfait uitkomen en wordt de tegenbewijsregeling relevant. Om dat over jaren en partijen te volgen, helpt één overzicht van het totale vermogen waarin waarden per peildatum en ontvangsten per jaar terug te vinden zijn.

Waar letten vermogenden nu op?

Het advies laat zien welke aannames nog niet vastliggen:

  • Dekking voor de dga. De novelle bevat een technische uitwerking van de dekking, met onder meer een tijdelijke verlaging van het tarief van de tweede schijf in box 2 naar 29,2 procent en een stapsgewijze verlaging van het maximum voor excessief lenen bij de eigen bv naar € 100.000. Het kabinet werkt nog alternatieven uit. Beslissingen die op deze cijfers leunen, rusten dus op een voorstel dat nog niet is ingediend.
  • Vastgoed. In het oorspronkelijke wetsvoorstel vallen onroerende zaken per 2028 onder een vermogenswinstbelasting. In beide routes van de Raad van State blijft het forfait ook voor verhuurd vastgoed en tweede woningen tot 2030 gelden.
  • Spaargeld en crypto. Onder de novelle zouden juist deze bezittingen tijdelijk onder een jaarlijkse aanwasbelasting vallen, het onderscheid dat de Raad van State kwetsbaar vindt.

Het helpt om de routes door te rekenen op de eigen cijfers, bijvoorbeeld met scenario-analyses, en de uitkomsten te bespreken met een fiscalist.

Hoe box 3 er na 2027 uitziet, is na dit advies minder zeker dan het leek. Wat in elk scenario helpt, is een volledig en actueel beeld van wat u bezit, waar het staat en hoe de waarde zich per jaar heeft ontwikkeld.

Veelgestelde vragen

Wat adviseert de Raad van State over box 3?

De Raad van State adviseert het kabinet om de novelle niet in te dienen, het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 in te trekken en per 2030 in één keer een nieuw stelsel in te voeren. Het spoedadvies van 2 november 2026 wijst op de haast, de uitvoerbaarheid en het tijdelijke onderscheid tussen bezittingen. Wil het kabinet toch doorgaan met de novelle, dan raadt de Afdeling aan de vermogenswinstbelasting voor alle box 3-bezittingen pas per 2030 in te voeren.

Gaat het werkelijk rendement in box 3 nog in 2028 in?

Dat is onzeker. Het kabinet wilde per 1 januari 2028 een nieuw stelsel, maar volgens de staatssecretaris moeten beide Kamers de novelle en het wetsvoorstel dan uiterlijk in december 2026 aannemen. De Belastingdienst acht de novelle voor 2028 onuitvoerbaar en de Raad van State adviseert 2030. Volgt het kabinet dat advies, dan geldt in 2028 en 2029 nog het forfait met tegenbewijsregeling.

Wat is het verschil tussen vermogenswinstbelasting en vermogensaanwasbelasting?

Een vermogenswinstbelasting belast waardestijging pas bij verkoop, een vermogensaanwasbelasting doet dat elk jaar, ook zonder verkoop. Bij beide zijn rente, dividend en huur jaarlijks belast. Het verschil bepaalt welke gegevens u moet bijhouden: bij vermogenswinst de verkrijgingsprijs per positie, bij vermogensaanwas de waarde aan het begin en eind van elk jaar.

Welke administratie heb ik nodig voor de tegenbewijsregeling in box 3?

U moet per jaar kunnen laten zien wat uw werkelijke rendement over het hele box 3-vermogen was. Daarvoor heeft u de waarden op 1 januari en 31 december nodig, plus alle ontvangen rente, dividend en huur, over alle banken, brokers en vastgoed. Ook ongerealiseerde waardeveranderingen tellen mee. Een fiscalist kan beoordelen of het tegenbewijs in uw situatie iets oplevert.

Bronnen

Dit artikel is informatief en geen beleggings-, belasting- of juridisch advies. Regels en plannen kunnen veranderen; laat u voor uw eigen situatie adviseren door een fiscalist of adviseur. Financular ontwikkelt software en is geen vermogensbeheerder of adviseur.

Volgende artikel ook ontvangen?

Over box 3, vermogensbelasting, beleggen en overzicht over uw vermogen. Rustig geschreven, op basis van actueel nieuws, zonder verkooppraat.

U ontvangt alleen een e-mail als er een nieuw artikel verschijnt. U bevestigt eerst uw aanmelding en kunt zich met één klik afmelden. Zie de privacyverklaring.

Benieuwd hoe uw eigen vermogen ervoor staat?

Wij bouwen persoonlijke software die al uw rekeningen, beleggingen en bezittingen samenbrengt in één overzicht. Bespreek vrijblijvend wat er mogelijk is.