Gids · box 3 · 9 min lezen
Box 3 bij grote vermogens: forfait en werkelijk rendement
Hoe box 3 nu werkt voor grote vermogens, wat de Wet werkelijk rendement en de novelle veranderen, de stand per november 2026 en waarom administratie telt.
Gepubliceerd op · Financular
Box 3 belast vermogen tot en met 2027 nog op basis van een fictief rendement: de Belastingdienst gaat uit van vaste percentages per vermogenscategorie op 1 januari, niet van wat u werkelijk verdiende. Het kabinet wil per 1 januari 2028 overstappen op een belasting op het werkelijke rendement, maar die wet is op 1 november 2026 nog niet aangenomen door de Eerste Kamer en wordt via een novelle ingrijpend omgebouwd. Voor grote vermogens verschuift daarmee de vraag van "wat bezit ik op 1 januari" naar "wat heb ik verdiend, wanneer en tegen welke aankoopprijs".
Hoe werkt box 3 nu, in 2026 en 2027?
In het huidige stelsel wordt uw box 3-vermogen in drie categorieën verdeeld, die elk een eigen forfaitair rendement krijgen. Een forfaitair rendement is een door de wet vastgesteld veronderstelde opbrengst, ongeacht wat u werkelijk verdiende. De categorieën zijn banktegoeden, overige bezittingen (onder meer beleggingen, een tweede woning en verhuurd vastgoed) en schulden.
Dit stelsel is een overbruggingsregime. Het is ontstaan nadat de Hoge Raad in het Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde dat de oude forfaitaire heffing in strijd was met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht uit het EVRM. Het geldt tot het nieuwe stelsel er is. Een belangrijke aanvulling is de tegenbewijsregeling: wie aantoont dat het werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire, betaalt over dat lagere bedrag. Volgens Van Lanschot Kempen blijft die regeling ook in 2027 beschikbaar.
De belangrijkste parameters voor 2026:
- tarief: 36 procent;
- heffingsvrij vermogen: € 59.357 per persoon (€ 118.714 voor fiscale partners);
- forfait overige bezittingen: 6,00 procent;
- forfait banktegoeden: 1,28 procent (voorlopig; het definitieve percentage volgt na afloop van het jaar).
Voor 2027 bevat het Belastingplan 2027 van Prinsjesdag (15 september 2026) een ongewijzigd tarief van 36 procent en een heffingsvrij vermogen van € 60.098. Het kabinet stelde op 29 september 2026 echter voor om dat bedrag in 2027 te verlagen naar € 30.846 en het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt te verhogen. Dat zijn voorstellen, geen vastgestelde wet, en het kabinet heeft aangekondigd alternatieven uit te werken om kleine spaarders te ontzien. Reken voor 2027 dus nog niet met definitieve cijfers.
Wat betekent het forfait voor een groot vermogen?
Bij een groot vermogen bepaalt vooral het forfait op overige bezittingen de aanslag, omdat het heffingsvrije vermogen relatief weinig gewicht heeft. Een fictief rekenvoorbeeld voor 2026, voor een alleenstaande zonder schulden, met de percentages hierboven:
| Onderdeel | Bedrag (voorbeeld) | Forfait 2026 | Fictief rendement |
|---|---|---|---|
| Banktegoeden | € 250.000 | 1,28% | € 3.200 |
| Beleggingen en overige bezittingen | € 1.750.000 | 6,00% | € 105.000 |
| Totaal | € 2.000.000 | € 108.200 |
De grondslag na aftrek van het heffingsvrije vermogen is € 1.940.643, ofwel 97 procent van het totaal. Het belastbare voordeel is dan afgerond € 104.989 (€ 108.200 × 1.940.643 / 2.000.000) en de box 3-belasting afgerond € 37.796. Dat is ongeveer 1,9 procent van het vermogen, ongeacht of het werkelijke rendement dat jaar 12 procent of min 5 procent was.
Twee mechanismen springen eruit. Ten eerste weegt de verdeling over de categorieën zwaarder dan de omvang van de vrijstelling: een verschuiving van spaargeld naar beleggingen verandert de aanslag meer dan een paar duizend euro meer of minder vrijstelling. Ten tweede wordt de tegenbewijsregeling relevant in jaren met een laag of negatief werkelijk rendement. Om er gebruik van te maken moet u het werkelijke rendement over het hele jaar kunnen onderbouwen, inclusief ongerealiseerde koersresultaten. Dat vraagt al nu een sluitende administratie.
Wat verandert er met box 3 werkelijk rendement vanaf 2028?
Het oorspronkelijke wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (Kamerstuk 36.748) belast het werkelijke rendement als hoofdregel via een vermogensaanwasbelasting. Bij een vermogensaanwasbelasting worden ontvangen inkomsten én de jaarlijkse waardeverandering belast, ook als u niets verkoopt. Kosten, zoals transactiekosten en verschuldigde rente, zijn aftrekbaar. Voor onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen gold al een uitzondering: daar komt een vermogenswinstbelasting, waarbij de waardestijging pas bij realisatie, bijvoorbeeld verkoop, wordt belast. Huur en dividend worden in die variant gewoon belast in het jaar van ontvangst, zo vat de Eerste Kamer samen. De eigen woning blijft in box 1, aldus de Rijksoverheid.
Na kritiek uit beide Kamers op het belasten van papieren winst koos het kabinet in een Kamerbrief van 29 september 2026 voor een novelle: een wijzigingsvoorstel op een wetsvoorstel dat al door de Tweede Kamer is aangenomen. Volgens die novelle valt vanaf 2028 vastgoed én alle financiële instrumenten onder de vermogenswinstbelasting. Het gaat om aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en derivaten, en ook om niet-verhandelbare aandelen. Volgens het kabinet valt zo ongeveer 90 procent van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 onder vermogenswinst, meldt Taxence.
| Vermogensbestanddeel | Nu (2026-2027) | Wetsvoorstel zoals aangenomen door de Tweede Kamer | Met de novelle (voorstel) |
|---|---|---|---|
| Spaargeld en deposito's | Forfait | Aanwas: werkelijke rente | Aanwas: werkelijke rente |
| Aandelen, obligaties, fondsen | Forfait | Aanwas: inkomsten plus jaarlijkse waardeverandering | Vermogenswinst: inkomsten jaarlijks, koerswinst bij verkoop |
| Verhuurd vastgoed, tweede woning | Forfait | Vermogenswinst | Vermogenswinst |
| Crypto in eigen wallet, valuta, verzekeringsproducten | Forfait | Aanwas | Tijdelijk aanwas, vermogenswinst naar verwachting vanaf 2030 |
Voor financiële instrumenten die u op 1 januari 2028 al bezit, geldt volgens de novelle de waarde in het economische verkeer op die datum als verkrijgingsprijs. Waardestijging van vóór 2028 blijft zo buiten de heffing, schrijft EY. Ter dekking staan in het pakket onder meer een heffingsvrij resultaat van € 1.000 vanaf 2028 en, in box 2, een tijdelijke verlaging van het tarief in de tweede schijf naar 29,2 procent vanaf 2027.
Wat is de stand van de wetgeving op 1 november 2026?
De Wet werkelijk rendement box 3 is aangenomen door de Tweede Kamer, maar nog niet door de Eerste Kamer, en is dus niet in werking. Het verloop tot nu toe:
- 16 mei 2025: wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer.
- 12 februari 2026: aangenomen door de Tweede Kamer.
- 30 juni 2026: plenaire behandeling in de Eerste Kamer; de stemming over het wetsvoorstel is aangehouden tot de aangekondigde novelle is behandeld.
- 29 september 2026: Kamerbrief met de keuze voor een novelle met uitbreiding van de vermogenswinstbelasting.
- Begin oktober 2026: ontwerp-novelle voor spoedadvies naar de Raad van State.
- 13 oktober 2026: de Eerste Kamercommissie voor Financiën stemt voorlopig in met de route en wacht de behandeling van de novelle in de Tweede Kamer af.
Volgens TaxLive streefde de staatssecretaris ernaar de novelle uiterlijk 2 november 2026 bij de Tweede Kamer in te dienen. Invoering per 2028 kan volgens het kabinet alleen als zowel de novelle als het oorspronkelijke wetsvoorstel uiterlijk in december 2026 door beide Kamers zijn aangenomen. Lukt dat niet, dan is 2028 niet langer haalbaar en blijft het forfaitaire stelsel langer bestaan. Het kabinet wijst zelf op uitvoeringsrisico's: banken kunnen in elk geval in het eerste jaar nog geen gegevens aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte.
Waarom wordt de administratie van rendement en mutaties belangrijker?
In een stelsel op werkelijk rendement is de belastingaangifte zo goed als de onderliggende administratie. Onder het forfait volstond een momentopname op 1 januari. Onder een vermogenswinstbelasting telt per positie de verkrijgingsprijs, telt elke verkoop en telt elke ontvangen euro aan rente, dividend of huur. Bij grote, gespreide vermogens komen daar drie complicaties bij.
- Twee regimes naast elkaar. Vanaf 2028 vallen fondsen en aandelen onder vermogenswinst, maar spaargeld, valuta en crypto in eigen beheer tijdelijk onder aanwas. Eén portefeuille vraagt dan twee berekeningen.
- De beginwaarde van 1 januari 2028. Die waarde wordt voor bestaande posities de fiscale kostprijs, en blijft dat soms tientallen jaren. Een volledige en controleerbare vastlegging per positie, per rekening en per bewaarder is dan geen formaliteit.
- Verspreiding over partijen. Wie bij meerdere banken en brokers belegt, effecten overboekt of tussen valuta wisselt, verliest snel het spoor van aankoopprijzen. Een broker die een overgeboekte positie ontvangt, kent de oorspronkelijke kostprijs niet altijd.
Praktisch betekent dit dat u vanaf nu per rekening bijhoudt:
- aankoopdatum, aantal en aankoopprijs inclusief kosten, per positie;
- alle verkopen, overboekingen, splitsingen en fusies van fondsen;
- ontvangen rente, dividend, huur en ingehouden bronbelasting;
- aftrekbare kosten, zoals transactie-, bewaar- en financieringskosten, voor zover de wet die toelaat;
- valutakoersen op het moment van aan- en verkoop;
- de waarde per 1 januari van elk jaar, en straks in het bijzonder per 1 januari 2028.
Een bijkomend gevolg: zodra koerswinst pas bij verkoop wordt belast, wordt het moment van verkopen een fiscaal relevant gegeven. Herbalanceren, schenken of een positie onderbrengen in een bv krijgt dan andere gevolgen dan nu. Of en hoe dat voor u uitpakt, hangt af van uw volledige situatie, inclusief box 2 en de positie binnen het gezin. Bespreek dat met een fiscalist voordat u iets verandert.
Waar let u op als u het geheel overziet?
Het grootste risico zit niet in het tarief, maar in onvolledige gegevens op het moment dat ze fiscaal gaan tellen. Wie vandaag al per positie kan laten zien wat de aankoopprijs, de opbrengst en de kosten waren, kan in elk scenario snel rekenen: forfait met tegenbewijs, aanwas of vermogenswinst. Wie dat niet kan, is afhankelijk van jaaroverzichten van afzonderlijke banken die elk maar een deel van het beeld tonen.
Let daarnaast op het onderscheid tussen box 3 en box 2, op de verdeling tussen fiscale partners en op bezittingen die buiten het zicht van banken vallen, zoals crypto in eigen beheer of vastgoed in het buitenland. Een actueel vermogensoverzicht over alle rekeningen heen maakt het makkelijker om die posten met uw adviseur door te nemen. Uw fiscalist kan vervolgens beoordelen wat de wijzigingen voor uw situatie betekenen. De regels zijn op dit moment nog in beweging, dus volg de definitieve wetteksten en de informatie van de Belastingdienst voordat u beslissingen neemt.
Veelgestelde vragen
Wanneer gaat box 3 over op werkelijk rendement?
Het kabinet streeft naar 1 januari 2028, maar dat is nog niet zeker. De Wet werkelijk rendement box 3 is aangenomen door de Tweede Kamer, terwijl de Eerste Kamer haar stemming heeft aangehouden tot een novelle is behandeld. Volgens het kabinet moeten beide voorstellen uiterlijk in december 2026 door beide Kamers zijn aangenomen om 2028 te halen.
Hoeveel box 3 betaal ik in 2026 over 2 miljoen euro?
In een fictief voorbeeld met € 250.000 spaargeld en € 1.750.000 aan beleggingen betaalt een alleenstaande zonder schulden ongeveer € 37.800 box 3-belasting over 2026. Daarbij is gerekend met de forfaits van 1,28% (voorlopig) en 6,00%, een heffingsvrij vermogen van € 59.357 en een tarief van 36%. De werkelijke uitkomst hangt af van de verdeling, schulden en partnerschap.
Wordt koerswinst op aandelen straks jaarlijks belast?
Volgens de novelle niet: koerswinst op financiële instrumenten wordt vanaf 2028 pas belast bij verkoop. Dividend en rente worden wel jaarlijks belast. In het wetsvoorstel zoals de Tweede Kamer dat aannam, werd de waardeverandering nog jaarlijks belast. De novelle is nog een voorstel en moet beide Kamers nog passeren.
Wat gebeurt er met koerswinst van vóór 2028?
Die blijft volgens de novelle buiten de vermogenswinstbelasting. Voor financiële instrumenten die u op 1 januari 2028 al bezit, geldt de waarde in het economische verkeer op die datum als verkrijgingsprijs. Daarom is een nauwkeurige vastlegging van alle posities op die datum belangrijk.
Kan ik nu al minder box 3 betalen als mijn rendement laag was?
Ja, via de tegenbewijsregeling betaalt u over uw werkelijke rendement als dat lager is dan het forfaitaire rendement. Daarvoor moet u het werkelijke rendement over het hele jaar kunnen onderbouwen, inclusief waardeveranderingen. Of dat in uw geval loont, kan een fiscalist beoordelen.
Bronnen
- Wet werkelijk rendement box 3 (36.748) · Eerste Kamer der Staten-Generaal
- Plannen kabinet voor heffing op werkelijk rendement in box 3 · Rijksoverheid
- Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid (Kamerbrief 29 september 2026) · Ministerie van Financiën / Tweede Kamer
- Kabinet kiest in box 3 grotendeels voor vermogenswinstbelasting · Taxence
- Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 · EY Nederland
- Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3 uiterlijk op 2 november naar Tweede Kamer · TaxLive / Vakstudie-Nieuws
- Belastingplan 2027: wat verandert in box 2 en 3? · Van Lanschot Kempen
- Box 3-tarief blijft 36% in 2027 · Rendement
- Box 3 belasting en vrijstellingen in 2026 en 2027 · Raisin
- Box 3 belasting: tarieven en vrijstellingen in 2025 en 2026 · MKB Servicedesk
Dit artikel is informatief en geen beleggings-, belasting- of juridisch advies. Regels en plannen kunnen veranderen; laat u voor uw eigen situatie adviseren door een fiscalist of adviseur. Financular ontwikkelt software en is geen vermogensbeheerder of adviseur.
Volgende artikel ook ontvangen?
Over box 3, vermogensbelasting, beleggen en overzicht over uw vermogen. Rustig geschreven, op basis van actueel nieuws, zonder verkooppraat.