Direct naar de inhoud

Actueel · box 3 · 5 min lezen

Box 3 in 2027: hoger forfait weegt zwaarder dan vrijstelling

Het kabinet wil het box 3-forfait voor beleggingen in 2027 verhogen naar mogelijk 7,87%. Wat dat betekent voor grote vermogens, met rekenvoorbeeld.

Gepubliceerd op · Financular

Voor wie een groot vermogen in box 3 aanhoudt, zit het grootste verschil in 2027 niet in de lagere vrijstelling, maar in het hogere forfaitaire rendement op beleggingen. Het kabinet stelt voor het forfait voor 'overige bezittingen' te verhogen van 6,00% in 2026 naar mogelijk 7,87% in 2027 en het heffingsvrij vermogen te verlagen van €59.357 naar €30.846 per persoon. Het gaat om een voorstel: de Tweede en de Eerste Kamer moeten er nog over beslissen.

Wat stelt het kabinet voor box 3 in 2027 voor?

Het kabinet wil box 3 in 2027 forfaitair blijven heffen, maar tegen zwaardere parameters. Dat meldde onder meer Meesman op 2 oktober 2026: de verhoging is bedoeld om het verlies aan belastinginkomsten te beperken dat ontstaat door de gekozen route naar een vermogenswinstbelasting.

Die route ziet er volgens de Eerste Kamer zo uit. Per 2028 wil het kabinet de vermogenswinstbelasting uitbreiden naar alle financiële instrumenten, zoals spaargeld en aandelen, via een novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 (36.748). Een novelle is een wijzigingswet op een wetsvoorstel dat al bij de Eerste Kamer ligt. In 2030 moet een nieuw wetsvoorstel volgen voor een volledige vermogenswinstbelasting, inclusief crypto. Het jaar 2027 valt daarmee nog onder het huidige stelsel.

Twee begrippen zijn daarbij van belang. Het forfaitaire rendement is het fictieve rendement dat de wet per vermogenscategorie veronderstelt, ongeacht wat u werkelijk verdient. 'Overige bezittingen' is de categorie waaronder onder meer aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, verhuurd vastgoed en crypto vallen.

Waarom weegt het hogere forfait zwaarder dan de lagere vrijstelling?

Het forfait werkt door op het hele vermogen, de vrijstelling alleen op een vast bedrag. De berekening verloopt in stappen: per categorie wordt een forfaitair rendement berekend, dat leidt tot een effectief rendementspercentage over het totale vermogen, en dat percentage wordt toegepast op de grondslag (het vermogen minus het heffingsvrij vermogen). Over de uitkomst betaalt u het box 3-tarief.

Een fictief voorbeeld maakt de verhouding zichtbaar. Neem een alleenstaande met op 1 januari €2.000.000 aan beleggingen, zonder spaargeld en zonder schulden. Voor beide jaren is uitgegaan van een tarief van 36%; het tarief voor 2027 moet nog worden bevestigd.

Fictief voorbeeld20262027 (voorstel)
Beleggingen op 1 januari€2.000.000€2.000.000
Forfaitair rendement overige bezittingen6,00%7,87%
Heffingsvrij vermogen€59.357€30.846
Grondslag€1.940.643€1.969.154
Belastbaar voordeel€116.439€154.972
Box 3-belasting bij 36%€41.918€55.790

De belasting stijgt in dit voorbeeld met €13.872, ongeveer een derde. Daarvan komt circa €808 door de lagere vrijstelling en circa €13.064 door het hogere forfait. Hoe groter het belegde vermogen, hoe meer de verhouding naar het forfait doorslaat. Voor fiscale partners verdubbelt het heffingsvrij vermogen, maar ook dan verandert het beeld nauwelijks.

Wanneer wordt de tegenbewijsregeling interessant?

Hoe hoger het forfait, hoe vaker het werkelijke rendement eronder blijft, en hoe relevanter de tegenbewijsregeling wordt. Met die regeling kunt u aantonen dat uw werkelijke rendement in een jaar lager was dan het forfaitaire; dan wordt het lagere werkelijke rendement belast.

Het werkelijke rendement omvat volgens de huidige regels niet alleen rente, dividend en huur, maar ook waardeveranderingen, ook als die niet zijn gerealiseerd. Kosten zijn daarbij in beginsel niet aftrekbaar. Een rendement van 7,87% is voor een gespreide portefeuille geen vanzelfsprekendheid: in een jaar met dalende of vlakke markten kan het verschil aanzienlijk zijn. In goede beursjaren ligt het werkelijke rendement juist hoger en biedt tegenbewijs geen voordeel.

Voor iemand met vermogen bij meerdere banken en brokers zit de praktische uitdaging in de onderbouwing. De vergelijking gaat over het totale box 3-vermogen, niet over één rekening. U hebt dus per partij begin- en eindwaarden, ontvangen inkomsten en stortingen en onttrekkingen nodig, op één manier berekend. Wie dat pas achteraf reconstrueert, merkt hoe tijdrovend het is. Een actueel vermogensoverzicht over alle rekeningen heen maakt die cijfers vooraf beschikbaar.

Waar let u op als u het geheel overziet?

Het hogere forfait raakt vooral de beleggingskant van het vermogen, en daarmee de verhoudingen binnen het geheel. Enkele punten die vermogenden in hun overzicht meenemen:

  • De peildatum. De samenstelling van het vermogen op 1 januari 2027 bepaalt het forfaitaire rendement. Verschuivingen kort rond de peildatum met het oog op een lager forfait kunnen onder een antimisbruikregel vallen.
  • Verhuurd vastgoed. Dit valt onder overige bezittingen. Een huurrendement van enkele procenten ligt ruim onder 7,87%; of tegenbewijs dan loont, hangt ook af van de waardeontwikkeling.
  • Spaargeld en schulden. Daarvoor gelden eigen forfaits. De mix bepaalt het effectieve percentage over het geheel, dus een verschuiving in één categorie werkt door in de totale aanslag.
  • Box 2 als vergelijking. Een hoger forfait in box 3 maakt dat sommige vermogenden opnieuw kijken naar beleggen via een bv. Die afweging hangt af van tarieven, kosten en de langere termijn en vraagt om een fiscalist.
  • De aansluiting op 2028. Voor de vermogenswinstbelasting worden aanschafwaarden belangrijk. Een administratie die nu al per positie aanschafwaarde en waardeverloop bijhoudt, dient 2027 en de jaren daarna.

Met scenario's op uw eigen cijfers kunt u zien hoe de aanslag verschuift bij een ander rendement of een andere verdeling. Dat geeft inzicht, geen voorspelling en geen advies.

Wat is de status en wat volgt nog?

Het voorstel voor 2027 is nog geen wet. Begin oktober stond vast dat het nog door beide Kamers moet. Bij de Eerste Kamer nam de commissie Financiën op 27 oktober een petitie over het Belastingplan 2027 in ontvangst; de behandeling van het fiscale pakket loopt dus nog.

Voor de route naar 2028 vroeg het kabinet op 2 oktober spoedadvies aan de Raad van State over de novelle; dat advies werd eind oktober 2026 verwacht. De Eerste Kamercommissie Financiën stemde op 13 oktober voorlopig in met de voorgestelde route, maar wil het spoedadvies en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst beschikbaar hebben. De percentages en bedragen voor 2027 kunnen tot de stemmingen nog veranderen. Voor uw eigen situatie is een fiscalist het aanspreekpunt.

Wie zijn vermogen over veel partijen heeft verspreid, ziet zulke wijzigingen pas goed terug als het geheel in één beeld staat: welk deel valt onder welk forfait, wat leverde het werkelijk op, en waar zit de gevoeligheid. Dat overzicht helpt in 2027 al, en wordt met de overstap in 2028 nog belangrijker.

Veelgestelde vragen

Wat is het forfaitaire rendement in box 3 in 2027?

Voor 'overige bezittingen', zoals aandelen en verhuurd vastgoed, stelt het kabinet mogelijk 7,87% voor, tegen 6,00% in 2026. Het voorstel is nog niet aangenomen door de Tweede en de Eerste Kamer, dus het percentage kan nog veranderen. Spaargeld en schulden hebben eigen forfaitaire percentages.

Hoeveel is het heffingsvrij vermogen in box 3 in 2027?

Het kabinet stelt €30.846 per persoon voor, tegen €59.357 in 2026. Fiscale partners hebben samen twee keer dit bedrag. Bij grote vermogens is het effect van die verlaging beperkt: in een voorbeeld met €2 miljoen aan beleggingen gaat het om ongeveer €800 extra belasting.

Kan ik in 2027 belasting betalen over mijn werkelijke rendement in box 3?

Ja, via de tegenbewijsregeling, als u aantoont dat uw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire. Daarbij tellen ook niet-gerealiseerde koerswinsten en -verliezen mee, en de vergelijking gaat over het totale box 3-vermogen. Laat voor uw eigen situatie een fiscalist meekijken.

Wanneer gaat box 3 over op belasting over het werkelijke rendement?

Het kabinet wil per 2028 een vermogenswinstbelasting voor alle financiële instrumenten, zoals spaargeld en aandelen. Dat gebeurt via een novelle op de Wet werkelijk rendement box 3, waarover de Raad van State een spoedadvies geeft. Een volledige vermogenswinstbelasting, inclusief crypto, staat gepland voor 2030.

Bronnen

Dit artikel is informatief en geen beleggings-, belasting- of juridisch advies. Regels en plannen kunnen veranderen; laat u voor uw eigen situatie adviseren door een fiscalist of adviseur. Financular ontwikkelt software en is geen vermogensbeheerder of adviseur.

Volgende artikel ook ontvangen?

Over box 3, vermogensbelasting, beleggen en overzicht over uw vermogen. Rustig geschreven, op basis van actueel nieuws, zonder verkooppraat.

U ontvangt alleen een e-mail als er een nieuw artikel verschijnt. U bevestigt eerst uw aanmelding en kunt zich met één klik afmelden. Zie de privacyverklaring.

Benieuwd hoe uw eigen vermogen ervoor staat?

Wij bouwen persoonlijke software die al uw rekeningen, beleggingen en bezittingen samenbrengt in één overzicht. Bespreek vrijblijvend wat er mogelijk is.